Inzicht in gedrag helpt deelmobiliteit vooruit
Terugblik communitybijeenkomst Deel'm
Een schoner milieu, minder parkeerproblemen, meer ruimte voor groen en betere bereikbaarheid: deelmobiliteit heeft tal van voordelen. Toch kiezen veel mensen nog voor een eigen vervoermiddel. Tijdens de communitybijeenkomst van Deel'm stond daarom één vraag centraal: hoe stimuleer je mensen om vaker gebruik te maken van deelmobiliteit?

Dat deelmobiliteit een antwoord kan zijn op veel verschillende vraagstukken, dat blijkt wel tijdens deze bijeenkomst, in De Fabriek in Leeuwarden. Ook gedeputeerde mobiliteit Matthijs de Vries van de provincie Fryslân benadrukte dat tijdens zijn openingswoord. "In landelijk gebied, waar we veel van hebben in de provincies Friesland, Drenthe en Groningen, is niet alles even goed bereikbaar met het ov", zegt De Vries. "Deelmobiliteit biedt dan een uitkomst."
En nog een heleboel andere voordelen passeren de revue: deelmobiliteit draagt bij aan vermindering van de parkeerdruk (minder auto’s die parkeerplekken bezet houden), waardoor meer ruimte ontstaat voor groen. Daarnaast zorgt het voor minder uitstoot en draagt het dus bij aan een schoner milieu.
Gedrag als sleutel tot verandering
Toch kiezen veel mensen nog liever voor hun eigen auto. Maar hoe krijg je mensen zover dat ze hun gedrag veranderen? Volgens sociaal psycholoog Liza Luesink van onderzoeksbureau Duwtje spelen daarbij vier factoren een belangrijke rol: gemak, normen, weerstand en motivatie.
Gemak
“We zijn druk, lui en moe”, zegt Luesink. “We kiezen toch al snel voor de weg van de minste weerstand.” Volgens haar is het lastig om te kiezen voor een alternatief dat je nog niet gewend bent, zeker als je al veel aan je hoofd hebt. Het veranderen van gewoontes kost nu eenmaal inspanning. Mensen hechten veel waarde aan gemak.
Normen
Ook sociale normen spelen een belangrijke rol. "We willen erbij horen." Als veel mensen in je omgeving gebruikmaken van een deelauto, ben je sneller geneigd dat zelf ook te doen.
Weerstand
Daarnaast kunnen allerlei drempels of barrières ervoor zorgen dat mensen hun gedrag niet veranderen. Bij autodelen kan het bijvoorbeeld gaan om de angst dat het meer tijd kost, duurder is of minder flexibiliteit biedt doordat je een auto vooraf moet reserveren.
Motivatie
Tot slot speelt motivatie een belangrijke rol bij gedragsverandering. Luesink maakt daarbij onderscheid tussen extrinsieke motivatie (motivatie van buitenaf) en intrinsieke motivatie (motivatie van binnenuit). Extrinsieke motivatie kan bijvoorbeeld ontstaan door een financiële prikkel, zoals subsidie voor deelmobiliteit. Ook maatregelen die het bezit van een eigen auto minder aantrekkelijk maken, zoals minder parkeerplaatsen, kunnen invloed hebben.
Volgens Luesink is intrinsieke motivatie uiteindelijk nog belangrijker. "Voor iedereen geldt een ander argument om te kiezen voor deelmobiliteit." Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat je duurzaamheid belangrijk vindt, of omdat deelmobiliteit goedkoper is. "Mensen moeten zichzelf overtuigen."
Drempels wegnemen
Volgens Luesink is het belangrijk dat organisaties en overheden deze factoren, zowel de stimulansen als de barrières, meenemen bij het werken aan deelmobiliteit. Want als je weet welke drempels mensen ervaren, kun je die waar mogelijk ook wegnemen. Dat hoeft niet altijd groots of ingewikkeld te zijn. Soms begint het al met kleine keuzes in de communicatie, vertelt Luesink. Denk bijvoorbeeld aan het versimpelen van een invulformulier.
Natuurlijk!Deelmobiliteit
Waar Luesink vooral inging op individueel gedrag, richtte Hannah Habekotté van Natuurlijk!Deelmobiliteit zich op de rol van samenwerking. Volgens haar kan ook betere afstemming tussen overheden helpen om deelmobiliteit aantrekkelijker te maken. Dat is precies waar Natuurlijk!Deelmobiliteit zich voor inzet: een nationaal samenwerkingsprogramma van zo'n 30 gemeenten, regio's, provincies en het Rijk om deelmobiliteit te stimuleren. Habekotté pleit voor systemen die verder gaan dan de eigen gemeente of regio, zodat kiezen voor gedeeld vervoer makkelijker en aantrekkelijker wordt.
Onderzoek naar netwerk deeltweewielers
Ook RebelGroup deelde inzichten tijdens de bijeenkomst. Het adviesbureau onderzocht onder meer hoe deelmobiliteit in Nederland beter georganiseerd kan worden. Daarnaast deed RebelGroup een verkenning naar deeltweewielers en onderzocht het bureau hoe een netwerk hiervan in Noord-Nederland tot stand kan komen.
Workshops
Tijdens de workshops verkenden deelnemers de mogelijkheden van deelmobiliteit in verschillende situaties. Zo stond in een van de sessies het CARMAL-onderzoek van de Hanzehogeschool centraal, dat kijkt naar de effecten van het delen van auto's binnen een buurt. De deelnemers verkenden hoe het delen van een voertuig de verbondenheid binnen een gemeenschap kan versterken. Een van de conclusies: een deelauto zorgt niet alleen voor mobiliteit, maar ook voor meer contact tussen buurtbewoners.
Een andere workshop richtte zich op de bereikbaarheid van bedrijventerreinen. Daarbij stond de vraag centraal hoe deelmobiliteit kan bijdragen aan beter bereikbare werklocaties. Veel bedrijventerreinen in Noord-Nederland zijn met het openbaar vervoer bereikbaar, maar het laatste stuk van station of bushalte naar de werkplek vormt vaak een uitdaging. Dit wordt ook wel het last-mile-probleem genoemd. Deelmobiliteit kan hiervoor een oplossing bieden, zeker voor jonge mensen die nog geen auto hebben. Bedrijven die op zoek zijn naar nieuw personeel kunnen hierop inspelen, bijvoorbeeld met een pendelbus of door deelfietsen beschikbaar te stellen.
In de derde workshop werd gekeken naar de mogelijkheden voor een regionaal netwerk van deelfietsen in Noord-Nederland. De deelnemers verkenden hoe zo'n netwerk eruit zou kunnen zien, hoe het verder kan groeien en welke kosten daarbij komen kijken. Daarbij stond één centrale vraag centraal: heeft een regionaal netwerk van deelfietsen potentie in Noord-Nederland?
Tekst: Persbureau Tammeling
Foto's: Stella Dekker







